Nu de ijskoorts bij de mensen weer is losgebarsten en stukje nostalgie over het Kethelse ijsvermaak.
Rond 1900 was schaatsen in Kethel voor arm en rijk een genoeglijk vermaak. Voor de armen in Kethel werd een wedstrijd geschaatst om een varken. Een deel van het varken werd beschikbaar gesteld voor de winnende schaatser, de rest van het varken werd verdeeld onder de armen.
Toen de ‘spekregen’ ophield moest iets worden verzonnen om de armen uit hun barre wintersnood te helpen. Daarom werd de Kethelse ijsclub opgericht bij wijze van werkverschaffing voor baanvegers. Oprichters de heer Blommendaal en de heer van der Loo. De wedstrijden werden gehouden op de Kethelvaart aan de Kerklaan naar Het Windas.
Zondags werd niet geveegd, maar op zateravond om 6 uur kwam de ploeg op om in de n acht de banen schoon te vegen en de scheuren met water vol te gieten. Ter controle gingen diverse bestuursleden van de ijsclub ‘s nachts de vegers controleren en boden ze iets warms te drinken aan.

De familie van der Loo op de schaats. De familie van der Loo waren fervente ijsliefhebbers. De beroemde Hudora ijzers (HUgo DOrnseif RAdevormwald) werden onder alle beschikbare hoge schoenen gezet. Rinus van der Loo vertelde mij, dat zelfs de hoge schoenen van zijn oma niet veilig waren.
Het schaatsfestijn werd altijd op grootse wijze gevierd, er kwamen ook vele schaatsers uit de wijde omgeving om aan de wedstrijden deel te nemen. Een baanveger verdiende op zo’n dag 60 tot 80 gulden.
Later werd in Schiedam een ijsclub opgericht en ging de ijsclub in Kethel ter ziele.




